“Plat”: getuigenis van een Covid-19 patiënt

"Plat": getuigenis van een Covid-19-patiënt

“Ik ben wie ik ben, Ik kan wat ik kan en wat ik niet kan, kan ik nog leren”. Het is haar credo, vertelt ze me tijdens ons gesprek. Zelden hoorde ik, gebracht door een milde, innemende stem, zo’n heldere beschrijving van wat een mens is.

Aan het woord is Sylvie De Baerdemaeker, kinesiste in het woonzorgcentrum Vijvens in Kruisem, meer specifiek de vestiging Sint-Petrus, en covid-19-patiënt. Besmet, hoewel ze met de grootste voorzorg haar job aan het uitvoeren was. Of eerder haar roeping, zou ik leren. We bellen met elkaar omdat ze bereid is haar getuigenis van wat haar overkwam met me te delen. Ze ondergaat de ziekte nu al meer dan een maand en hoewel er herstel is, blijven er nog zorgen: een longontsteking en vastgestelde longschade. De inschatting van het herstel is onbekend. Het lichaam lijdt onder het virus, de ziel onder de onzekerheid.

Plat is het eerste woord waarover we het hebben. Plat zoals in liggen, zoals in horizontaal. Ze ligt plat. En dat is niet haar normale houding. In andere tijden is Sylvie actief, creatief en fietst ze met overgave. Maar nu niet. Nu ligt ze plat. En wat meer is, het is moeilijk om iets anders te doen dan plat te liggen. Sylvie bevestigt wat we allemaal in kranten en tijdschriften lazen: dat wie getroffen wordt door Covid-19, alle energie voelt wegstromen, waardoor de kleinste handeling een bijna onmogelijke taak wordt. Hoe geraak je in de keuken om de geleverde maaltijd op te warmen en op te eten? Ik hoor hoe nu nog ongeloof in haar verhaal weerklinkt. Als het je niet overkomt, kan je je moeilijk voorstellen wat het is om niets anders te kunnen doen dan plat te liggen. Eén woord dat het allemaal samenvat: plat. Platte batterij, alles ligt plat en gewoon plat liggen.

Ook schuldgevoel passeert te revue. Je schuldig voelen omdat je ziek werd, ook al was je zorgvuldig. Schuldig omdat je plots een gevaar bent voor je omgeving en vooral voor diegene die je bemint. Het perspectief dat miljoenen met jou ziek zijn, verandert niets aan je eigen verantwoordelijkheidsgevoel. Ook al is het schuldgevoel onterecht, het toont de mens van zijn mooiste kant als hij zich verantwoordelijk voelt voor wat er met de wereld gebeurt. Je bouwt die wereld echt wel door steen per steen te stapelen. Wij allemaal. Elke kleine handeling.

En dan komen we bij die zorgverstrekking die haar aangeboren is. Zorg moet haar nu verstrekt worden. Het is iets wat zorgverstrekkers niet gewoon zijn. Ze vertelt over de solidariteit van collega’s, vrienden, familie en buren. Van klanten van weleer, van namen die ze al lang niet meer had uitgesproken en die ze plots zag verschijnen toen ze haar ervaring in een facebookbericht neerschreef. We weten niet wie we allemaal raken tijdens onze wandeling door het leven. Meer mensen dan we beseffen. En dat ontdekt ze nu. Dat ze niet alleen onderweg is, maar dat velen met haar meestappen. Velen die haar liefhebben. We bestaan in de reflectie in de ogen van de ander. Ook al ligt ze plat op de bank.

Na ons gesprek bekom ik van die milde innemende stem die mij vertelt wat ze heeft doorgemaakt en aan het doormaken is. En dat ze dit zelfs relativeert, want zoals zovelen onder ons kende ook haar leven uitdagingen die ze moest overwinnen. Dan zie je wel de diepte achter wat zich aan de oppervlakte afspeelt.

“Ik kan wat ik kan en wat ik niet kan, kan ik nog leren”. Het zijn de mooiste hoopvolle woorden die ik afgelopen maanden hoorde. Ik ben ervan overtuigd dat het ook de mantra is van al die wetenschappers die aan een ijltempo voor elk van ons een vaccin ontwikkelen.

Platliggend wijst ze me de weg.