Getuigenis van Lene: kinisitherapeute in Home Vijvens

Mijn naam is Iene en ik ben kinesitherapeute van de bewoners op de eerste verdieping en het gelijkvloers in Home Vijvens.

Tijdens de COVID-19-uitbraak in november werkte ik vooral op de cohortafdeling op de eerste verdieping.

Op donderdag 19 november hadden we alle bewoners op anderhalve meter afstand van elkaar verzameld in de leefgroep. We zongen en (zit-)dansten op de muziek. Onze bewoners genoten - zoals elke donderdag - van het muziekuurtje. Toch heerste er een gespannen sfeer onder de medewerkers. Twee dagen ervoor werden we allemaal (bewoners en medewerkers) getest op COVID-19. Op het gelijkvloers was eerder al een cohortafdeling opgestart. Onze campusverantwoordelijke kwam via de traphal binnen op de eerste verdieping en onmiddellijk hadden we door dat er iets niet klopte. Veel meer bewoners bleken positief, dus er zou ook een cohortafdeling op de eerste verdieping opgestart worden.

Iedereen kreeg een coverall, een FFP2-masker en een faceshield. Douchen op het werk was verplicht, dit deed na een volledige werkdag enorm deugd, ik spoelde het virus letterlijk van me af.

De klusjesman verdeelde de verdieping in een groene, oranje en rode zone. We mochten zonder bescherming (maar wel steeds met mondmasker) in de groene en oranje zone. Onze bewoners verbleven in de rode zone, dus daar moesten we ons voldoende beschermen.

Achteraf bleek die bescherming voor mij perfect. Ik testte week na week negatief en dat was telkens een enorme geruststelling, ook voor mijn dochtertje (Odyle) dat zo naar school kon blijven gaan.

Die eerste twee dagen vertoonden onze bewoners weinig symptomen. Enkele bewoners hadden wel minder eetlust.

Het was voor mij vooral wennen aan de coverall, het mondmasker en het faceshield. Als je iets sneller door de gangen stapte, hapte je al vlug naar adem met een FFP2-masker aan. Na 20 minuten werken in een coverall, breekt het zweet je uit. Met een short en een T-shirt onder je coverall was dit toch wat draaglijker. Van een bepaald type faceshield kreeg ik al na 15 minuten barstende hoofdpijn. Ik kreeg als tip van een collega dat een ander type faceshield geen hoofdpijn gaf.

Na de eerste dag op de cohortafdeling moest ik toch even slikken. Bij het naar huis rijden, schoten mijn ogen vol. Na twee dagen werken op de cohortafdeling had ik een vrij weekend. Die 2 dagen heb ik echt gebruikt om op adem te komen en om de batterijen terug op te laden.

Ik had in het begin nog niet door dat ik veel meer moest drinken en eten dan gewoonlijk. De appelflauwtes kwamen hard aan. Ik probeerde consequent elke 2 uur iets te drinken en te eten. Vanuit de keuken kwamen fruit, koeken en drank naar onze verdieping, dit om de medewerkers aan te sterken.

Onze bewoners werden goed opgevolgd. Ik mocht meehelpen met de verpleegkundigen. Ik nam de temperatuur en de saturatie van alle bewoners. Deze resultaten werden onmiddellijk besproken. Er werd opgevolgd wat de bewoners aten en dronken. Er werd extra drinken voorzien. De meesten dronken heel graag cola. Enkele bewoners kregen meer en meer maagproblemen en hadden geen zin in eten. Er werd dan bevraagd waarin ze wel zin hadden, een boterham i.p.v. een warme maaltijd bv., een rijstpudding, een griesmeelpudding, een shake …

Enkele bewoners hadden vooral nood aan een babbel en hadden veel vragen.

Omdat de tromboseneiging bij een COVID-19-infectie een realiteit is, werd in samenspraak met de hoofdverpleegkundige afgesproken om onze bewoners meer in beweging te houden. Maar we mochten hen zeker niet vermoeien. Het grootste deel van de bewoners had geen of milde symptomen, dus er werd verder geoefend. Ik heb onze bewoners ook gemotiveerd om onder mijn begeleiding patience te spelen. Er moesten individuele spelletjes uitgezocht worden die konden ontsmet worden. Ik had ook een oefening voor het ruimtelijk inzicht, met blokken, en deze blokken konden telkens na gebruik ontsmet worden.

Enkele bewoners werden op een paar uren tijd heel erg ziek. Hun saturatie daalde, zelfs met extra zuurstof lukte het nauwelijks om die saturatie te doen stijgen. Deze bewoners waren angstig en onrustig en dat zag je in hun ogen. Het was heel frustrerend omdat je daar geen vat op had. Zo zijn er enkele bewoners overleden, mensen waaraan ik altijd zal blijven denken.

Er werd me ook gevraagd om in te springen in de leefgroep op een zondag. Je verzorgt dan het ontbijt voor alle bewoners. Op dat moment hadden heel wat bewoners maagproblemen. Je probeert iedereen iets te doen eten, een boterham, een pudding, een banaan … Daarna geef je een drankje tussendoor, een kop soep en het middagmaal. Je probeert goed op te volgen wie wat eet en wie wat drinkt. Dit geef je dan door aan de medewerkers die volgen.

In samenspraak met de hoofdverpleegkundige mocht ik ook enkele familieleden van bewoners opbellen met het goede nieuws dat die bewoner het goed stelde. Dit gaf heel veel voldoening. Op dat moment was er geen bezoek toegelaten. Onze bewoners gingen hier eigenlijk heel goed mee om.

Aangezien ik zelf telkens negatief testte, had die hele periode weinig invloed op mijn privéleven. Mijn dochtertje kon haar activiteiten gewoon verderzetten. Eén keer kon ik mijn tranen moeilijk bedwingen, toen legde ik haar uit dat veel mensen ziek waren op het werk door COVID-19 en dat je als mens af en toe eens mag huilen. Zo begreep ze de situatie meteen. Daarop zei Odyle: ‘Ja, en mijn mama huilt zo vlug’, waarna we beiden moesten lachen.

Een week voor Kerst werd de cohortafdeling opgeheven. Het was een verademing om terug in onze gewone werkkledij aan de slag te kunnen gaan. Daarnaast bleef er toch wel angst. Kunnen we nu echt niet meer besmet geraken? Zijn we wel voldoende beschermd met enkel een mondmasker?

Gedurende de cohortperiode was de collegialiteit echt groot. Je kwam terecht in een team dat elkaar steunde, dat eenzelfde doel had. Er werd zorg gedragen voor elkaar, naar elkaar geluisterd. Dit had ik nodig, op deze manier konden we beter voor onze bewoners zorgen.

Doordat we in de eerste golf gespaard bleven, kregen we meer tijd om een COVID-uitbraak voor te bereiden. Ik denk dan ook dat alles zo optimaal mogelijk voorbereid was. Maar desondanks bleef dit een harde periode.